woensdag 26 oktober 2011

Didactisch brainstormen

Het begon met een vraag in het netwerk, in dit geval aan Willem Karssenberg en wel als volgt:

Hoi Willem,
Ik zoek een omgeving die een digitaal bord/flap laat zien waarop je kaartjes/'post its' kunt hangen. Sommige kaartjes zijn al kant klaar andere zijn blanco en kun je invullen met eigen termen. Dan moeten ze in kolommen gegroepeerd/geschoven kunnen worden. Eigenlijk een soort brainstorm maar dan via een ict device. Mooi zou zijn wanneer je er ook nog opmerkingen bij kunt plaatsen en kunt stemmen, ranken, waarderen.

Waarvoor wil ik dit gebruiken? We hebben zo'n 10 jaar geleden een instrument ontworpen waarmee we docenten helpen om een digitale leeromgeving te gebruiken. Het zijn kaartjes met allerlei didactische werkvormen, de ingevulde kaartjes waren soms voor docenten een eye-opener, zo van "goh, ja daar heb ik nooit aan gedacht of dat doe ik eigenlijk nooit". Misschien zou ik dat wel willen (en dan heb je soms gelijk een scholingsvraag te pakken). Of ja, dit weet ik wel maar gebruik ik nooit. Het helpt bij de vraagarticulatie bij de docent en de vervolgstap: zou je overwegen het te gebruiken en wat heb je er dan voor nodig...

De "opgehangen" kaartjes leiden dan tot een eerste aanzet van hoe je onderwijs er uit (kan) zien. Daarbij is stap 2 en wat zou dat betekenen wanneer je een DLO tot je beschikking hebt? Stap 3 is dan een functioneel ontwerp. Stap 4 een uitwerking. Stap 5 uitproberen. Stap 6 Evalueren en verbeteren of uitbreiden. Stap 7 is stap 1, enz.

Je snapt dat de eerste keer de docent dit met steun van een didactisch onderlegde E-learning adviseur kan doen en later kan hij het zelf. Mooi zou natuurlijk zijn wanneer de docent zijn eerste ontwerp met het laatste kan vergelijken ofzo....

Nu wil ik eigenlijk van het ouderwetse kaartjes systeem af en naar een digitale omgeving toe. Dit moet leiden tot een soort prototype en dan mag straks de nieuwe E-learning ontwerper (ik hoop dat er veel goede kandidaten gaan reageren) het verder uitwerken.

Kun je het nog volgen allemaal?
Hgr
Heino

En dan komt Willem al heel snel met een antwoord:

Volgens mij ben je op zoek naar Edistorm:

en een paar minuten later:
Ik heb je een uitnodiging gestuurd!
Voor je het weet zit je dan in een toepassing te werken die kan doen wat je wilt. Samenwerken, brainstormen, selecteren, groeperen, waarderen, enz.

Het mooie is dat je het met elkaar kunt doen, on-line, real live, maar ook later achteraf.

Heerlijk toch, zo'n netwerk!

zondag 16 oktober 2011

Hashtags & SoMe

SoMe zoals ik de laatste tijd lees is een way of life. Het zit in je systeem gebakken of niet. Je gebruikt het en vooral natuurlijk wat je vrienden gebruiken, intuïtief, gewoon doen. Een “verzamelding overzicht” van SoMe zou handig zijn, wie van mijn “vrienden” gebruikt wat? Maar dat is misschien weer wat te gestructureerd en zo jaren negentig…

Nu gebruik ik ondermeer Twitter en op advies van een collega doe ik dat via Tweetdeck, zodat ik mijn hashtags mooi bij elkaar kan zetten en in kolommen kan volgen. Dat is best handig. Ik las op de Blog van Trendmatcher dat hij via Twitter allemaal antwoorden op zijn vragen krijgt, zonder dat hij zelf hoeft te zoeken. Gewoon een kwestie van een goed netwerk, vooral wanneer je mensen die weer veel Twitter volgers als volger hebben hebt, bij hem zie dat het @kruideniermeisje zo iemand schijnt te zijn (naast zijn ongetwijfeld eigen grote groep volgers in allerlei SoMe). Dan heb je Yammer dat meer een community op basis van een e-mail domein maakt. Het schijnt overigens dat je daar veel meer sturing aan kunt geven, ik ben nog bezig dat beter uit te zoeken, maar mis wat menuopties. Wie heeft er nog een Yammer manual om van beginner naar gevorderd te komen? Wil ik wel Twitter en Yammer gebruiken? Kan dat niet in een soort combi, want ik ben ook al LinkedIn gebruiker (en dus maar even niet van Hyves en Facebook).

Nu ben ik natuurlijk nog wel van de oude generatie. En dan komen die #tags om de hoek. Ik wil eigenlijk graag een startpagina of nieuwerwetser en interactieve App waar ik snel een lijstje kan vinden van handige #tags. Kijk die van #durftevragen heb ik ontdekt. Maar hoe weet ik nu welk #tags er door bijvoorbeeld SURF worden gebruikt of hoe weet ik nu waar ik snel alles over “het weer” kan vinden. Iedereen maakt maar #tags aan. Hoe kom ik dan aan wat structuur? Ik ben toe aan een #tag allesoverSoMe en #HelpmeTwitterdoor, #watis#ininYammer, ofzo. Wie heeft er tips om de berg SoMe in bedwang te houden? Of moet ik me nergens druk om maken en mijn vakantie Woordfruitend doorbrengen?

Net nog even op LinkedIn gekeken en zie dat er multimedia experts, educational designers en onderwijsadviseurs mijn profiel bekeken. Zou dat wat met mijn vorige blog of eerdere Tweets te maken hebben dat er een aantrekkelijke vacature voor een E-learning ontwerper is bij het Saxion programma ICT&O? Bekijken en bekenen worden?!

vrijdag 14 oktober 2011

Vacature E-learning ontwerper

Even het blog "misbruiken" om de volgende vacature onder de aandacht te brengen!


E-learning ontwerper bij Saxion

Uw resultaat

  • In deze functie bent u primair verantwoordelijk voor het ontwerpen, bouwen en mede beheren cq modereren van het onderwijs in een E-learning omgeving
  • U maakt deel uit van ons ICT&O programmateam
  • Het ICT&O programmateam houdt zich bezig met de kwaliteitsverhoging van het onderwijs met behulp van ICT-inzet
  • Het delen van kennis vinden wij belangrijk binnen onze organisatie, E-Learning speelt hierin een steeds grotere rol
  • Als E-learning ontwerper staat u midden in de onderwijspraktijk en werkt u met de andere programmateamleden samen met docenten, onderwijskundigen en managementleden van de 12 academies binnen Saxion
  • U bent in staat om informatie om te zetten in effectieve en aantrekkelijke E-learning arrangementen
  • U bekijkt samen met de docenten voor wie u ontwikkelt welke mogelijkheden er zijn voor vormen  van blended learning'
  • U hebt een duidelijke visie over hoe technologie kan bijdragen aan kennisdeling binnen de organisatie
  • U bent in staat om de docenten met raad en daad bij te staan over de inzet en mogelijkheden van E-learning, waarbij aansluiting bij wensen en behoeften van uw collega docenten van het grootste belang is
  • Op termijn vormt u wellicht een eigen ontwikkelteam bestaande uit (werk)studenten en trainees mogelijk in combinatie met medewerkers uit andere domeinen binnen en buiten Saxion

 Uw profiel

  • U hebt de studie Opleidingskunde of Toegepaste Onderwijswetenschappen afgerond of bent in een afrondende fase
  • U hebt bij voorkeur circa 2 jaar werkervaring in een vergelijkbare functie
  • U kunt goed schakelen tussen theorie en praktijk en bent pro-actief ingesteld
  • U hebt kennis van LMS en LCMS platforms en weet hoe deze functioneren, ervaring met Blackboard Learn, Content Collection en Mobile is een pre
  • Kennis van en ervaring met kennis delen via diverse Social Media
  • Uitstekende verbale en vooral schriftelijke vaardigheden in zowel de Nederlandse als de Engelse taal

Ons aanbod

  • Een aanstelling in het functieprofiel van Adviseur 2
  • Wij bieden u een brede en dynamische baan bij een professionele werkgever met een open cultuur waar ruimte is voor uw initiatieven
  • Werken bij Saxion betekent werken bij een kennisinstelling waar u uw talenten kunt ontplooien en dat goede arbeidsvoorwaarden biedt zoals:
  • Gebruik van een mobiele telefoon en laptop
  • Vakantie conform CAO-HBO
  • Een goede deskundigheidsbevorderingsregeling en mogelijkheid tot deelname in een nationaal netwerk
  • Diverse collectieve verzekeringen
  • Goede pensioenregeling
  • Salariëring vindt plaats volgens de CAO HBO. Het salaris is afhankelijk van kennis en ervaring minimaal 2294 en maximaal 3725 euro bruto per maand bij een fulltime aanstelling, exclusief 8% vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.
  • Doorgroeimogelijkheden naar schaal 11 met een maximum van 4347 euro bruto per maand bij een fulltime aanstelling.

Over het programma ICT&O

De twaalf academies van Saxion hebben het programma ICT&O opgezet. Dit programma maakt en voert het beleid uit rond de themas ICT&Onderwijs en ICT&Onderzoek. De uitvoering wordt vorm gegeven in Special Interest Groups. Deze SIG's worden ingevuld door docenten uit academies, medewerkers van kenniscentra en een vaste staf van specialisten. Deze specialisten opereren op de werkvloer van de academies, in het programmateam en in landelijk verband binnen SURF.
In het programma is een aparte mogelijkheid voor innovatiearrangementen die in de academies zelf uitgevoerd worden.
Voor de komende jaren richt het programma ICT&O zich via de SIG's op diverse onderwerpen: E-learning en didactiek, digitaal toetsen in de breedste zin van het woord, video gebruik in het onderwijs. Daarnaast richt het programma zich op tijdige inzet van actuele ontwikkelingen zoals Mobile Learning, Learning Analytics en leren in de Cloud.
De eindverantwoordelijkheid voor het programma ligt bij de programmaregiegroep ICT&O, die bestaat uit managementleden van de academies. De dagelijkse aansturing van het programma is in handen van de programmamanager ICT&O.

Interesse?

Inhoudelijke informatie over deze vacature is te verkrijgen bij Heino Logtenberg, programmamanager ICT&O, telefoonnummer 06-53865648
U kunt uitsluitend via 

http://www.werkenbijsaxion.nl/vacatures/11944-e-learning-ontwerper/

reageren tot en met 11 november 2011.
Deze vacature staat gelijktijdig intern en extern open. Wij gaan eerst in gesprek met interne kandidaten, daarna met externe kandidaten.

woensdag 12 oktober 2011

Learning analytics in de praktijk

Feedbackgebruik bij formatieve toetsing van informatievaardigheden
Caroline Timmers & Jannie Braber-van den Broek, onderwijskundig adviseurs bij Saxion


Learning analytics ofwel het observeren van online gedrag van studenten binnen een elektronische leeromgeving of digitale leer- en werkomgeving kan waardevolle informatie opleveren. Bij Saxion wordt gebruik gemaakt van een computergestuurde formatieve toets informatievaardigheden. Het primaire doel van een formatieve toets is het sturen en stimuleren van leerprocessen. De formatieve toets informatievaardigheden maakt deel uit van het onderwijs in onderzoeksvaardigheden bij verschillende opleidingen van Saxion. De toets biedt studenten de mogelijkheid hun eigen kennis en inzichten ten aanzien van informatievaardigheden te testen. Na afloop van de toets krijgt de student een resultatenpagina te zien waarop per vraag zichtbaar is of deze juist of onjuist is beantwoord (zie figuur 1). Voor uitgebreide feedback kan de student per vraag doorklikken voor het juiste antwoord en een toelichting hierop (zie figuur 2).



Figuur 1: Overzicht van juist en onjuist beantwoorde vragen



Figuur 2: Voorbeeld van een pop-up scherm met uitgebreide feedback

Om uit te vinden of en in welke mate studenten gebruik maken van de uitgebreide feedback is een systeem ontwikkeld. Dit systeem observeert, of beter logt, het feedbackgedrag van studenten. Per student wordt gelogd of deze een vraag juist of onjuist beantwoordt én of de bijbehorende uitgebreide feedback is geraadpleegd. De gelogde data geven informatie over …:

· …de mate waarin studenten gebruik maken van de uitgebreide feedback. Deze data laat zien in hoeverre het toevoegen van uitgebreide feedback een zinvolle tijdsinvestering is.

· …de relatie tussen het juist/onjuist beantwoorden van de vraag en het raadplegen van uitgebreide feedback. Deze data laat zien in hoeverre de moeilijkheid van een formatieve toets het feedbackgebruik van studenten beïnvloed.

· …de relatie tussen de lengte van de toets (10. 15, of 20 multiplechoicevragen) en het raadplegen van uitgebreide feedback. Deze data laat zien in hoeverre de lengte van een formatieve toets het feedbackgebruik van studenten beïnvloed.

Uit analyse bleek dat het feedbackgedrag sterk verschilde per student [1]. De ene student raadpleegde alle uitgebreide feedback, terwijl een andere student alleen uitgebreide feedback raadpleegde voor de door hem onjuist beantwoorde vragen. Ongeveer 25% van de studenten bekeek alleen de resultatenpagina en raadpleegde geen uitgebreide feedback. De overige 75% van de studenten raadpleegde uitgebreide feedback voor 1 of meer vragen. Studenten raadplegen vooral uitgebreide feedback voor onjuist beantwoorde vragen. Dit suggereert dat een moeilijke formatieve toets studenten meer aanzet tot het raadplegen van uitgebreide feedback dan een makkelijke. De lengte van de formatieve toets bleek ook van invloed op het feedbackgedrag; bij de langere toetsen neemt het percentage gebruikte feedback af. Deze onderzoeksresultaten wijzen erop dat het raadzaam kan zijn om formatieve toetsen (over dit onderwerp) kort te houden. Samenvattend: over het algemeen zet een korte en moeilijke formatieve toets studenten meer aan tot het raadplegen van uitgebreide feedback dan een makkelijke lange formatieve toets.

Observaties van online gedrag van studenten binnen een elektronische leeromgeving of digitale leer- en werkomgeving winnen aan waarde als deze gekoppeld kunnen worden aan kenmerken van de gebruiker en de leeromgeving. Wanneer bijvoorbeeld de taak-specifieke motivatie van studenten bekend is, dan kan het gelogde gedrag van studenten diepgaander geanalyseerd worden [1]. Kortom, voor diepgaandere analyses van gelogde gegevens is aanvullende informatie nodig. Het is hierbij de kunst om de aanvullende informatie op zo’n manier te verzamelen dat de gelogde gegevens en de aanvullende informatie met elkaar gecombineerd kunnen worden.

Referenties
[1] Timmers, C. F., & Veldkamp, B. P. (2011). Attention paid to feedback provided by a computer-based assessment for learning on information literacy Computers & Education, 56(3), 923-930.
[2] Braber-Van den Broek, J. A. (2011). De rol van taakmotivatie bij het gebruik van feedback in formatieve toetsing van informatievaardigheden. Radboud Universiteit, Nijmegen.

maandag 10 oktober 2011

De IPhone 4 Steven spreekt herkenning

Heino Logtenberg
De IPhone 4 Steven heeft een duidelijk betere spraakherkenning. Spraakherkenning zien we ook bij de PC’s, schootcomputers en tablets verschijnen. Is het niet, omdat er geen handig toetsenbord bij zit dan wel om het getyp te omzeilen. Ik roep al jaren dat spraakherkenning voor een doorbraak gaat zorgen in het gebruik van allerlei devices Toch gaat het nog niet zo hard. Waarom eigenlijk niet? Het zou al dat gedoe rondom spelling en grammatica bijvoorbeeld weg kunnen halen…. Denk eens door wat dat gaat betekenen voor het taal onderwijs....

Vertaal de onderstaande advertentie van Dragon eens naar zinnige toepassingen:
STOP MET TYPEN, GA PRATEN
Met Dragon spreekt u gewoon en uw woorden verschijnen op het scherm, driemaal sneller dan wanneer u ze zou typen en met een nauwkeurigheid tot maar liefst 99%. Dragon leert de woorden, maar ook afkortingen en eigennamen, herkennen die u iedere dag gebruikt. In de loop van de tijd leert het programma steeds meer bij. De herkenning wordt dus steeds nauwkeuriger.
DE PC DOET ECHT WAT U ZEGT
Door menu’s navigeren of trefwoorden typen is met Dragon niet langer nodig. U krijgt dus meer in minder tijd voor elkaar. U hoeft alleen maar Dragon een opdracht te geven en deze wordt uitgevoerd. U werkt met programma’s, bewerkt tekst en maakt deze op via eenvoudige spraakopdrachten als “Open Microsoft Word”, “Mijn foto’s weergeven”, “Maak vet” en “Rij centreren”.
WERK EFFICIËNTER DAN OOIT TEVOREN
Met Dragon-sneldictaten kunt u sneller en eenvoudiger dan ooit e-mailberichten opstellen of op internet of uw computer bepaalde informatie of bestanden opzoeken. Outlook®, maakt een nieuw e-mailbericht en vult de gewenste e-mailadressen voor u in.
Wikipedia naar Eifeltoren, Parijs, Frankrijk” en Dragon laat de resultaten op het scherm zien.
ZET IDEEËN NET ZO SNEL ALS ZE BIJ U OPKOMEN OM IN TEKST
Met Dragon wordt u niet afgeremd door het feitelijke typen, spelling of angst voor een lege pagina. spelfouten! U zegt eenvoudig wat u bedoelt. U hoeft niet langer met het toetsenbord bezig te zijn of over de juiste spelling na te denken. U kunt zich nu concentreren op de inhoud van uw tekst en wordt niet meer afgeleid door uw typevaardigheid.
GEBRUIKSVRIENDELIJK
Het programma is zo geïnstalleerd en u kunt binnen enkele minuten aan de slag.
NIEUW! Dankzij de Dragon-zijbalk staan alle belangrijke spraakopdrachten en tips op één handige locatie op het bureaublad.
U bedient uw pc comfortabel en handsfree en wordt niet beperkt door het toetsenbord.


Het is nog niet zo ver, maar toch, nu maar hopen dat ze de SMS taal ook omzetten naar taal voor 40plussers ;-)
Volgende stap is dat ze je denken omzetten naar je device, want dat praten is natuurlijk ook vermoeiend en door elkaar wanneer je in 1 ruimte met meerdere mensen zit.
Hebben we meteen ook het afnemen van grootschalig beveiligd summatief toetsen opgelost, stem(gedachten?)herkenning kun je koppelen aan een individu, dus je weet wie de antwoorden heeft ingesproken (hier ligt wellicht weer een markt voor intelligente spraak imitatoren, niets menselijks is ons vreemd in de strijd tussen spieken en tegenmaatregelen ;-)
Moeten we alleen nog een oplossing voor rekenen verzinnen, maar het is de vraag of iedereen dat nog moet kunnen, voorbeeld: ik moest uitrekenen voor een bijbouw hoeveel capaciteit de radiatoren moesten leveren. Er was een site die het uitlegde en daarna kom ik met de lengte breedte hoogte en gewenste temperatuur dit uitrekenen.
Een andere site gaf invulvakjes (en metertjes) met teksten als hoe warm moet het gemiddeld zijn, voor een slaapkamer is dat zoveel enz.
Invullen en daar kwam de totaal capaciteit uit en een advies hoe je dan eea het beste kon verdelen, hoeveel radiatoren en al voorbeelden welke voor welke prijs er dan waren. Aanvinken (we wilden twee verticale radiatoren (vraagt ie ook nog even of de aansluiting rechts, midden of links moet) en je kreeg een offerte en de adressen van mogelijke installateurs. Er werd niets meer uitgelegd hoe het berekend werd..... Ik heb niet eens gerekend. Natuurlijk wil ik wel onderhandelen over de prijs :-))), is dat schattend (je rijk) rekenen?
Dat er wel degelijk iets gaat veranderen is al lang duidelijk. Het zou natuurlijk een mooi object van onderzoek zijn en ook een goede mogelijkheid als tegengeluid tegen de doorgeslagen ideeën rondom taal- en reken(wiskunde) onderwijs.
Bovenstaande is zeker niet wetenschappelijk onderbouwd, ik weet ook niet of het er beter van wordt, innovatieve richtingen zitten er zeker in lijkt me. Profileringskansen ook.... Wat ziet u hier in? Roept u maar!

dinsdag 4 oktober 2011

Ideal technology

Bart van de Laar, projectmanager RUG

Dat ik wel moet lachen om de campagne van Logica, the ideal technology has only one button .. een bill board met een blote buik, een lage jeans, een laatste knoop nog uitnodigend dicht: mooi buikje hoor, dat van haar. Naast haar versie is er ook een van hem. Cultureel is interessant welke van de twee varianten bill board eerst werd bedacht en hoe snel de politiek correcte andere sexe toen volgde. Maar ik laat me afleiden, het gaat over ideal technology.

Ik heb een haat-liefde verhouding met ict. Mijn creditcards en bankpassen vind ik al lastig, omdat ik de PIN’s niet uit elkaar kan houden (wat me in het buitenland schichtig maakt bij iedere rekening die ik betalen moet). Vandezomer volgde mijn wit weggetrokken woede over OV-chipkaart en website. Het was een zwaar bevochten overwinning, dat ik vorige maand voor mezelf en twee kinders de kaarten te werk had. Online, zó handig.

En Facebook herinnert me maandelijks brutaal aan elf vergeten vrienden. Ze kunnen me wat. Dat zijn trouwens geen vrienden, maar internetpagina’s als schakels in een razend slimme business case. Wat was de veronderstelde beurswaarde van Facebook ook alweer?

Ter geruststelling: mijn -werkende- iPhone ligt voor me en onze eerste afdelings-app, Molecular City, doet het prima: het is een tocht met QR-tags, langs alledaagse chemie in AR voor het internationale chemiejaar.

Even onzinnig als eten zonder mes en vork is een vraag naar onderwijsinnovatie zonder ict. Maar wel graag in perspectief, het nieuwe SURF Meerjarenplan 2011-2014 zette de toon: ‘Rond de eeuwwisseling toen de internethype een hoogtepunt bereikte, waren de verwachtingen van ICT in het onderwijs hoog gespannen.De introductie van elektronische leeromgevingen en digitale portfolio’s zou voldoende zijn om zelfstandig leren werkelijkheid te maken. Het belang van de docent stond ter discussie. Inmiddels is duidelijk geworden dat onderwijs mensenwerk is en blijft. Technologie kan geen centrale rol vervullen in het onderwijs. De essentie van onderwijs en het leerproces zijn in de afgelopen eeuw niet fundamenteel veranderd en zal dat ook de komende twintig jaar niet doen.’

En nu? In minister Verhagen’s innovatiebeleid rond negen topsectoren, raakt de sector Energie het hart van Noord Nederland. Laatst vond ik mezelf terug op een tjalk met twintig kwartiermakers, over een Energy Academy ging het. Een toonaangevend internationaal instituut moet dat worden, van Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool, en van overheden en bedrijfsleven, met GasTerra, Gasunie, BAM of andere partners. Met twintig professionals op een boot op de Waddenzee, dan weet je het wel, dit is serious business.

Wat een buitenkans, zoveel steun voor zo’n mooi idee, we beginnen een nieuw instituut .. zodat mensen het allerbeste uit zichzelf kunnen halen, we een plaats maken voor jong talent, voor een samenleving in transitie, voor een cultuur van wetenschap en technologie.

Maar wat gaan we doen? Wat gaan we dóen?

Bij alle ideeën die over tafel gaan raak ik de draad bijna kwijt, mobiel leren, smartphones en video’s, tablets en clouds? Welke ideal technology is het grote antwoord en helpt me op weg, zodat straks op die Academy de gesprekken bij de boterham of het kommetje rijst niet over administratief geklungel gaan, maar over smart grids of CO2-opslag en de tweets niet over laggerts maar over flow, en de hele campus zindert van de ideeën .. als een, als een TEDx. Ja!

TEDx. Ideas worth spreading.

De ideal technology heeft maar een knop? Zo’n ideal technology van Logica is een reclamekreet, een reis zonder eerste stap, misleidend en leeg. De ideal technology, dat is een groep mensen met een heel goed idee. En met gloed. Een idee waarvan je ’s avonds niet meer wilt slapen gaan, maar aan het werk, en waarbij werk en niet-werk in elkaar overgaan, omdat je het doet met mensen die je herkent, en omdat het mooi is samen iets heel goeds te maken.

En die technologie? Ja, die bits en bytes die zijn belangrijk, maar die volgen echt pas veel later.

maandag 3 oktober 2011

Niet langer meer botsen…


Carien van Horne
Aan het woord is Lowie Vermeersch, auto-ontwerper (VK, 6-09-2011):
“Auto’s worden vandaag gemaakt om te botsen. Een hoop metaal hangt er alleen voor dat ene moment dat hij crasht. De voorkant is de laatste vijftien jaar dikker geworden zodat de persoon die je aanrijdt niet onder maar op de auto valt. Door die dikkere neus is de bestuurder steeds hoger gaan zitten om er boven uit te kunnen kijken. De auto wordt hoger en dus breder, daardoor was een grotere motor nodig en moest ook het chassis versterkt worden. Een groot domino-effect.
Zou je je kunnen voorstellen hoe drastisch het ontwerp van de auto verandert als je het paradigma omdraait: geen auto’s meer ontwerpen die crashen maar intelligente auto’s die aanrijdingen voorkomen. Kunnen we meteen ook de verkeerslichten wegdoen…”

Waarom moet ik bij zijn citaat toch steeds denken aan onze student (als lijdend voorwerp) in het onderwijs?

Het paradigma in het onderwijs gaat uit van een soortgelijk principe: onderwijssoorten zijn gescheiden van elkaar, de student is het lijdend voorwerp en moet geholpen in de overgang naar het volgende onderwijsniveau. Hopelijk botst het niet…

Er is de laatste jaren veel gesproken over doorstroom in het onderwijs: doorlopende leerlijnen, aansluitingsprogramma’s, analyses van verschillen tussen de verschillende onderwijssoorten.

De lijst van publicaties en programma’s is talrijk. Telkenmale komt het probleem van uitval naar voren: we zetten veel energie in op het verwerven van benodigde vaardigheden om het hogere niveau te halen: kortom er moet meer ingezet worden op de voorbereiding. Vrij vertaald zou je kunnen zeggen: het motto is voorkomen dat ze uitvallen, voorkomen dat ze ‘crashen’.

Hoe kunnen we het paradigma omdraaien?

Het SURF project Doorst(r)omen in de keten (DINK) (samenwerkingsproject tussen HU en Saxion, en een aantal ROC’s ) sloot zich aan in de rij van doorstroomprojecten in 2009.

Belangrijkste doel in het project is de inrichting van een generiek doorstroommodel die de doorstroom van het mbo naar het hbo zou kunnen sturen via het gericht laten aansluiten van de competentie-niveaus. De sleutel die wij voor succesvolle aansluiting zien is een versterking van de interactie tussen mbo- en hbo-studenten door met elkaar samen te werken in praktijkprojecten

(die op verschillende niveaus konden worden uitgevoerd en beoordeeld).

Twee jaar verder in het project maken we de balans op en stellen vast dat de klus van aansluiting via competentie-niveaus (en praktijkprojecten) een weg met hindernissen is geweest.

Een aantal constateringen in het proces:
- voor de mbo- en hbo- aansluiting stellen we vast dat de mbo-kwalificatiedossiers en de hbo- beroeps- en opleidingsprofielen volledig (?) onafhankelijk van elkaar zijn ontwikkeld.
- voor het ontwikkelen van authentieke opdrachten (praktijkprojecten) waarin mbo- en hbo-studenten zinvol met elkaar kunnen samenwerken is het van belang dat het hbo-beginniveau in termen van mbo-kwalificaties kan worden benoemd.

Maar welke zijn de factoren of criteria die dan kritisch zijn in het bepalen van het opleidings- of kwalificatieniveau?
Op grond van vergelijk (normenstelsels oa. Het Europees kwalificatiekader) zijn er een aantal kritische factoren in het bepalen van het opleidingsniveau mbo4 of hbo-bachelor:
- kennis en vaardigheden: een hbo-er heeft een groter overstijgend vermogen; de mbo-er is in staat kennis van andere deskundigen/bronnen te gebruken.
- werkzaamheden: er is een verschil in reikwijdte: een mbo-er is verantwoordelijk voor een uitvoeringsonderdeel terwijl een hbo-er verantwoordelijkheid kan dragen voor een groter geheel (een project of een werkproces).
- werksituatie: de context waarin de hbo-er zijn werkzaamheden uitvoert is complexer, vooral door de grotere onvoorspelbaarheid.
- Zelfstandigheid: we werkzaamheden van de mbo-er zijn meer ingekaderd en vaker onder toezicht van een hbo-er;
- Interactie met anderen: de hbo-er heeft meer leidinggevende taken en een grotere rol bij het opleiden van anderen.

Zelfstandigheid


C


D


E

B


C

D

A


B

C


-----Complexiteit----

Uiteindelijk zijn de kritische factoren te rangschikken naar twee dimensies, de dimensie Zelfstandigheid en de dimensie Complexiteit,

De dimensies complexiteit en zelfstandigheid bepalen in samenhang het competentieniveau, immers hoe complexer de werkzaamheden die iemand kan uitvoeren en hoe zelfstandiger hij/zij te werk kan gaan, hoe hoger het competentie-niveau. Om gefundeerd onderscheid te kunnen maken tussen competentieniveaus is daarmee een nieuw model ‘geboren’ waarin de dimensies complexiteit en zelfstandigheid.met elkaar in verband staan: het ZelCom-model.

woensdag 28 september 2011

Mobile learning in het HO: geen ELO’s maar App Stores

Frank Thuss
Als je verschillende trendwatchers mag geloven heeft ‘mobile’ helemaal de toekomst, dus ook binnen het onderwijs. Voor veel onderwijsinstellingen is het echter nog te vroeg om te spreken van een duidelijke, afgebakende visie op welke rol mobile learning kan spelen binnen leren en opleiden. Binnen de HAN hebben we nu het project ‘Learning on the Go’ opgestart. In dit project ontdekken docenten en studenten in laagdrempelige, kleinschalige pilots de didactische meerwaarde van mobile learning. In dit project zien wij mobile learning als leren dat op elke gewenst moment kan plaatsvinden, ondersteund door mobiele technologie (Winters, 2007). Qua technologie richten we ons in de pilots op smartphones en tablets.

Docenten gaan in de pilots bijvoorbeeld aan de slag met korte, mobiele kennisclips, mobiel formatief toetsen of met het maken van lesmateriaal met augmented reality. Deze pilots kunnen in een later stadium dienen als input voor een HAN-brede visie op leren met ICT (en dus ook mobiele devices).
Vooruitlopend op deze pilots denk ik al wel eens na over hoe leren (met of zonder device) er uit zal zien in, pak ‘m beet 2020. Wat is er dan allemaal veranderd? Nu ben ik niet zo’n visionair die meteen dingen roept als ‘we lopen dan allemaal rond met een geïmplanteerde chip’; ik denk dat die veranderingen in het onderwijs niet zo radicaal zijn. Hieronder beschrijf ik enkele mogelijke veranderingen, licht gebaseerd op de uitgangspunten die we hanteren voor het bijwerken van onze visie op de digitale leer- en werkomgeving (DLWO) van de HAN.


There’s an app for that: de ELO als ‘app store’

Leren met ICT is in 2020 niet meer iets dat je vooral doet in een ‘one-size-fits-all’ electronische leeromgeving of ePortfolio op een PC. De ‘ didactische app’ is gemeengoed geworden in het onderwijs. De didactische app is simpel in gebruik en vooral goed in een specifieke didactische toepassing en niet meer dan dat. Wil je peerfeedback in je onderwijseenheid? Afstandsleren middels kennisclips? Vaardigheden oefenen in een veilige omgeving? Samenwerkend leren? Allemaal mogelijk dankzij gemakkelijk te gebruiken en onafhankelijke apps, die niets anders doen dan deze specifieke didactische concepten ondersteunen. De elektronische leeromgeving is een soort ‘app store’ geworden, waar opleidingen en lerenden zelf de apps kiezen die het beste passen bij hun visie op leren. Dankzij een ruime keuze uit deze didactische apps worden concepten als ‘social learning’ (b.v. peer feedback) en ‘situated learning’ (leren op de werkplek, praktijkleren) echt persoonlijk en plaatsonafhankelijk. (Sharples, 2008). Het maakt niet uit met welk device je een didactische app gebruikt; ze draaien overal op dankzij de doorontwikkeling van de HTML5- ‘webapp’ (De roosterapp van de HAN is daar een voorzichtig voorbeeld van). Didactische apps weten natuurlijk alles van je; ze zijn dan ook gekoppeld aan het learning analytics gedeelte van de app store (en dus electronische leeromgeving).

Scholen ontwikkelen overigens nog steeds hun eigen apps, want we doen nog steeds dingen op onze eigen manier. Voorlopers op het gebied van mobile learning (zoals Abilene CU en het Hondsrug College) laten dat ook zien dat dat nodig is.

It’s in the connection, stupid!

Leren gebeurt in 2020 vooral in sociale media- achtige netwerken, en die zijn natuurlijk vooral mobiel. Het ePortfolio is bijvoorbeeld een soort ‘LinkedIn’ stel ik me dan voor, waarin studenten (of eigenlijk, iedereen) zelf een account aanmaken die ook hun leven lang bij hen blijft, en niet meer instituutsgebonden is. Studenten bouwen hier hun eigen (persoonlijke en zakelijke) netwerken in op en bepalen zelf wat voor wie zichtbaar is. Dankzij slimme koppelingen kunnen bewijsmaterialen gemakkelijk in andere ‘apps’ (zoals een discussiebord of wiki) binnengehaald worden, maar ook omgekeerd; didactische apps werken ook automatisch je ePortfolio bij. Het ePortfolio lijkt misschien dan ook wel op de nieuwe Timeline- weergave van Facebook, zodat je een compleet overzicht van je lerende leven krijgt.. Het bijwerken van dit ePortfolio kan met elk apparaat, op een manier zoals je nu al met een app je Facebook of Twitter pagina’s bijwerkt. Het ePortfolio wordt zo een platform waar niet alleen formele leerervaringen worden vastgelegd, maar ook informeel leren een plek krijgt.

De les begint, mobiel aan! Bring your own device to class.

Verbieden van het mobieltje of laptop in de les? Ondenkbaar in 2020. Devices zijn ook in fysieke bijeenkomsten een wezenlijk onderdeel geworden van het leerproces. Smartboards of whiteboards zijn er niet meer, we hebben nu allemaal een tablet (of iets soortgelijks) waarop we synchroon content kunnen bekijken en daarmee kunnen interacteren, en als een leerling iets plenair wil laten zien, wordt dat gewoon draadloos op een witte muur geprojecteerd. Studieruimtes hebben geen studenten- PC’s, boekenkasten of andere fysieke media meer. Studieruimtes zijn verdeeld in verschillende omgevingen waarin studenten gemakkelijk kunnen (samen)werken met hun eigen devices. De ICT- afdeling van de school is er volledig op ingericht om al die verschillende devices te kunnen ondersteunen.

Zo zie ik mobiel leren in 2020, maar dit is nog maar een tipje van de sluier natuurlijk. Zie voor meer ideeën en tips ook mijn weblog Apps in het Onderwijs; heb je zelf nog goede ideeën of voorbeelden van mobile learning in het hoger onderwijs, schroom dan niet om te reageren. De uitkomsten van de pilots ga je in ieder geval ook terugvinden op ons HAN-ICTO blog.

Bronnen:

· Winters, N. (2007). What is mobile learning? In M. Sharples (Ed.), Big issues in mobile learning (pp. 7-12). Nottingham: LSRI.

· Sharples, M. (2007). Big issues in mobile learning van http://www.lsri.nottingham.ac.uk/Publications_PDFs/BIG_ISSUES_REPORT_PUBLISHED.pdf

maandag 26 september 2011

Web en de wereld van de mobiele apparatuur...

Chris Blom

Technologie accelereert het leren. Dat is de subtitel van deze Blog. Maar dat gaat lang niet altijd gepland en doelbewust. Vandaar enige aandacht voor ontwikkelingen op het web en in de wereld van mobiele apparatuur.

Hoe ontwikkelt deze zich? Wat zijn dan de gevolgen voor de instellingen voor HO?

Google is met zijn websites, apps en besturingssysteem een voorbeeld van wat de ontwikkeling van het web gaat worden. Een voorbeeld met een slechte naam vanwege slecht informatie beleid, maar wel een met grote impact. De inkomsten komen niet van de verkoop van apparatuur, of van software, maar vooral van de advertenties. Gebruikers hebben veelvuldig contact met spullen van Google en dat contact met die grote aantallen is de sleutel tot de bizarre inkomsten die Google genereert. De focus ligt op individuele gebruikers contacten. Het geld komt van de adverteerders die per klik geld moeten afdragen. Dus is de ontwikkeling ook gericht op het verlokken van die grote aantallen tot nog meer contact met de spullen van Google. Meer schijfruimte gebruiken op het web: kassa. Een office suite aanbieden: opnieuw dat rinkelende geluid. Er zijn ook andere spelers zoals Microsoft, Apple en Amazon, die dat op een vergelijkbare manier aanpakken, en eenzelfde slagkracht weten op te bouwen. Apple werkt meer met de appstore en i tunes verkopen om geld te maken, en uiteraard met de verkopen van hun innovatieve hardware. En ook Apple heeft de individuele gebruiker centraal staan in hun verdienmodel. Microsoft hobbelt wellicht wat achteraan, maar dat is traditie. En die traditie leert dat ze op tijd weten mee te komen.

Deze spelers bepalen de toekomst van het web. Contracten met grote klanten en instituten die apparatuur of software afnemen spelen hier amper meer een rol. Het zijn de individuele gebruikerswensen die het web bepalen (vooral ook in samenhang met hoe de Microsofts en Googles daarmee omgaan) en niet wat grote of kleine HBO instellingen zouden willen wat er gebeurt.

Deze ontwikkeling vertaalt zich in individuen, studenten en docenten, die een eigen ‘werk en leefomgeving’ meenemen in de vorm van mobiele apparatuur, hun eigen browser instellingen, en hun eigen plek waar de bestanden staan, en een eigen voorkeur aan apparaten, merken en webapplicaties. Het nieuwe werken komt eraan, niet omdat de instellingen kantoorruimte willen besparen, maar omdat studenten en docenten hun ‘werk en leefomgeving’ al in de tas hebben. De snelheid van deze ontwikkeling is eigenlijk alleen afhankelijk van economie. En kijk je naar hoe snel de i-pad en smartphone ontwikkeling zich doorzet, kan het best hard gaan. Vijf jaar geeft dan gelegenheid tot grote veranderingen.

Dit is niet de bril waarmee doorsnee HBO instellingen of Universiteiten hun eigen websites of IT diensten bekijken. De traditie is dat de instellingen zelf bepalen wat zij de medewerkers en studenten aan diensten aanbieden: De schijfruimte, de mailaccounts en de telefoontoestellen die aan kunnen sluiten, de voorlichtingswebsites en de eigen portalen. In die traditie bepaalt de instelling zelf hoe ‘hun’ web eruit moet zien en hoe de gebruiker zich daar moet gedragen. Denk bijvoorbeeld aan de keuze van de browser (nee, we hebben alleen voor Internet Explorer getest….).

Als deze redenering klopt (en daar ben ik van overtuigd) is de herpositionering van een onderwijsinstituut geen keuze meer, maar een kwestie van tijd. Het hoeft geen mailaccount meer uit te geven, maar wel de juiste koppelingen aan te leveren. Dat geldt ook voor de schijfruimte of de office suites. Niet meer zelf doen, maar wel afspraken maken over hoe je met de informatie moet omgaan: waar staan de portfolio’s en te beoordelen producten precies. De websites gaan vervangen worden door de afzonderlijke informatie ’chunks’, bijvoorbeeld in de vorm van portlets of webparts die via de mobiele platvormen geraadpleegd kunnen worden. De medewerker neemt straks zijn eigen spullen mee en de instelling zorgt voor de koppelingen.

Dit kan alleen goed gaan wanneer er echt een andere bril wordt opgezet. Niet meer de bril van de IT systeem ontwikkeling. De poging om het ‘gehele proces in kaart te brengen, de functies te definiëren, het technisch ontwerp neer te zetten en het systeem te ontwikkelen’. De illusie dat je vanzelfsprekend het webdomein en de webcommunicatie in de hand hebt en kan bepalen, kan vaarwel gezegd. De bril moet er een worden van de dienstverlening voor individuele klanten. Met het gebruik maken van de webcapaciteit die er is. Het web is definitief niet meer een domein van IT, maar vooral een domein van sociale interactie. We moeten dus ophouden met denken in termen van het realiseren van techniek, maar vooral in termen van sociale ontwikkeling.

En dan de vraag hoe het leren daarin past. Daar ligt de uitdaging. Wie neemt hem op?





Chris Blom is adviseur onderwijs en IT en verzorgt trainingen aan docenten van de Wageningen Universiteit. Hij werkt bij de afdeling Educational Staff Development (WUR) en is betrokken bij de SURF special interest group Digitale Leer en Werkomgeving (sigDLWO).Chris Blom, Costerweg 50, 6701 BH Wageningen. 0317483939. Chris.Blom@wur.nl

zondag 25 september 2011

Onwetendheid en het plezier om te merken dat je wat kan leren!

Silvester Draaijer

Nadat ik cum laude was afgestudeerd als Industrieel Ontwerper aan de TU-Delft ben ik helemaal afgedwaald van dat vakgebied. Samen met twee vriendjes heb ik nog een paar jaar een ontwerpbureau gehad maar in het begin hadden we geen geld. Ik moest er dus wat ‘bijklussen’ om een inkomen te verwerven.

Dat lukte heel aardig omdat ik een aanstelling kreeg als docent bij de HBO-opleiding Industrieel Productonwerpen  in Den Haag. Zomaar in de schoot geworpen gekregen. Vol goede moed heb ik mij in het onderwijs gestort. En ik werd goed ingewerkt: ik kreeg een driedaagse training van de toenmalige onderwijskundige dienst van de TU-Delft en ik kon aan de slag. En ik moet zeggen, dat ging mij heel goed af. Begonnen als tutor in probleem gestuurd onderwijs ‘klom ik op’ naar ontwikkelaar van PGO-blokken, projectonderwijs begeleider, docent mechanica en afstudeerbegeleider. Ja, ik kon er wat van.

Ook kregen de daar aanwezige onderwijskundig adviseurs mij in het vizier: daar was een actieve docent die wel wilde innoveren. Ze verleiden mij een projectaanvraag in te dienen voor de toenmalige OnderwijsKwaliteitsfonds (OKF), gelden om een digitale mechanica cursus te maken. Dat project strandde jammerlijk.

Wat me echter goed bij is gebleven was de totale spraakverwarring die er tussen mij en de onderwijskundig adviseur bestond over expertise in mechanica kennis en kunde en het toetsen van mechanica kennis en kunde bij studenten. We werden niet boos op elkaar, maar begrepen elkaar niet. We bleven maar voortdurend aftasten wat de ander nu eigenlijk bedoelde.

Na deze periode ben ik verder gegroeid in het onderwijskundig vakgebied en in het bijzonder het domein van het toetsen. Ik ben daar denk ik nu zo’n vijftien jaar in werkzaam en heb ondertussen mezelf expliciet verder ontwikkeld en getraind. Dat doe ik onder andere door onderzoeksliteratuur te lezen en te bestuderen. Daar liep ik een poosje geleden tegen twee zeer interessante artikelen aan waar ik indirect op werd gewezen door Paul Kirschner van de OU. Het zijn artikelen van Kruger en Dunning (2003; 1999) met de welluidende titels “Why people fail to recognize their own incompetence” en “Unskilled and unaware of it: How difficulties in recognizing one’s own incompetence lead to inflated self-assessments”. Ik geloof dat de titels al genoeg zeggen: het is voor mensen heel erg moeilijk om over de grenzen van hun eigen kennis en kunde heen te kijken. Ze zijn zich niet bewust van hun kennislacunes en zijn ook niet in staat om deze zelf te ontdekken. Bovendien gaan ze zichzelf ook nog eens overschatten! Een ander interessant artikel dat ik las ging over het feit dat expertise zeer domeinafhankelijk is (zie bijvoorbeeld Ericsson & Charness, 1994): een goede voetballer is niet perse een goede voetbalpresentator (op de uitzonderingen na natuurlijk)

Nu gaat het schrijven van een goede column vaak het best als je je een beetje boos maakt. Je maakt je bijvoorbeeld boos over de onwetendheid van anderen (niet van jezelf natuurlijk). Zo wind ik mij nogal eens op over onwetendheid van docenten als het gaat over toetsen en beoordelen met gesloten vragen. Het valt mij op dat zij heel ongearticuleerd over dit onderwerp kunnen spreken (lees ter illustratie dit artikel eens Johannesen & Habib, 2010): ‘Toetsen met multiple-choice vragen zijn slecht’, ‘Ik hou niet van toetsen met multiple-choice vragen’, ‘open vragen zijn veel beter’, ‘studenten gokken zich met multiple-choicevragen door het curriculum’, etc. Ze maken ook allerlei beginnersfouten als het gaat om toets- en vraagconstructie en denken ongedifferentieerd over zaken als cesuurstelling. Het gaat zelden over de betrouwbaarheid of validiteit van toetsen of het feit dat uit onderzoek is gebleken dat de correlatie tussen parallelle toetsen met open en gesloten vragen zeer hoog is en toepassing van gesloten vragen een goede keus kan zijn om die reden.

In al die gevallen dwing ik mezelf om mildere gedachten te koesteren. Bijna alle docenten in het hoger onderwijs geven daar in de eerste plaats les vanwege het vakgebied waaruit ze komen. Daarin zijn ze expert. En ik denk terug aan mijn gesprekken met de onderwijskundig adviseur uit Den Haag. En hoe ik daar als net afgestudeerde ontwerper mij op een totaal ander vakgebied begaf: de onderwijskunde. Totaal onwetend!

En toch kwam het nog redelijk goed met zowel de onderwijskundig adviseur als ikzelf. Ik wens daarom iedereen in het onderwijs geduld, liefde voor het vakgebied van het opleidingdomein én van de onderwijskunde toe. En niet te vergeten een onderzoekende geest om verder te komen!

En oh ja, het ontwerpbureau liep op de klippen toen we wél geld verdienden. Maar ik had mijn nieuwe roeping toen al gevonden.


Bronnen:
Dunning, D., Johnson, K., Ehrlinger, J., & Kruger, J. (2003). Why people fail to recognize their own incompetence. Current Directions in Psychological Science, 12(3), 83-87. doi:10.1111/1467-8721.01235

Ericsson, K. A., & Charness, N. (1994). Expert performance: Its structure and acquisition. American Psychologist, 49(8), 725-747. doi:10.1037/0003-066X.49.8.725

Johannesen, M., & Habib, L. (2010). The role of professional identity in patterns of use of multiple‐choice assessment tools. Technology, Pedagogy and Education, 19, 93-109. doi:10.1080/14759390903579232

Kruger, J., & Dunning, D. (1999). Unskilled and unaware of it: How difficulties in recognizing one’s own incompetence lead to inflated self-assessments. Journal of personality and social psychology, 77(6), 1121–1134.

dinsdag 20 september 2011

Hoe kennisclips didactiek kunnen veranderen: Flipped Classroom

Esther van der Linde
Adviseur ICT in Onderwijs, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Bij de HAN is het afgelopen schooljaar een project uitgevoerd met als hoofdthema weblectures. Belangrijk doel van het project is hoe we het effectief gebruik van video in het onderwijs laagdrempelig kunnen maken voor docenten en studenten. Verschillende opleidingen hebben in het project geëxperimenteerd met het opnemen van colleges en kennisclips. Op basis van de resultaten van de pilots, gesprekken met collega instellingen in het land en  literatuur over de inzet van video hebben wij twee belangrijke conclusies getrokken:
-        Ontwikkel korte kennisclips ipv opnames van hoorcolleges
-        Maak deze kennisclips onderdeel van een actief, betekenisrijk leerarrangement.

Weblecture vs kennisclip
Het integraal opnemen van hoorcolleges en deze beschikbaar stellen als weblecture, levert  een meerwaarde omdat studenten altijd toegang hebben tot het materiaal, wanneer ze maar willen. Uit vele onderzoeken blijkt dat studenten dit waarderen.(Gommer & Bosker, 2008, Traphagan, Kushera & Kishi, 2009, Mckinney, 2008 en vele anderen). Maar het gehele  hoorcollege terugkijken is  erg lang en saai, en er verandert niets aan de didactiek. Studenten zitten nog te lang passief te consumeren, terwijl ze eigenlijk zelf actief aan de slag moeten met de lesstof. Het integraal opnemen van colleges kost de docent weinig inspanning, maar levert dus relatief maar weinig op. Daarbij komt dat het organisatorisch vaak lastig (roostering, op- en afbouw van opnamesets) of duur ( overal vaste opnamesets inbouwen) is. Nadeel is ook dat de docent niet gedwongen wordt na te denken over het onderwijskundig doel van de weblecture.

Voor de HAN zijn we dus op zoek naar een andere oplossing dan het integraal opnemen van colleges, namelijk de kennisclip. Een kennisclip is een kort filmpje waarin een docent (zonder publiek) de kern van een thema uitlegt, ondersteund met een bijv. powerpoint presentatie. Bekende kennisclips zijn die van docent Bob van den Brand die hiervoor verscheidene prijzen heeft gekregen. Zo’n kennisclip vergt natuurlijk voorbereiding van de docent. Hij moet een lang hoorcollege inkorten tot korte presentaties, zijn powerpointpresentatie bewerken en de clip opnemen.
Maar ook dan zijn we er nog niet. Want hoe ga je deze kennisclip inzetten?

The flipped Classroom
The flipped Classroom model is populair gemaakt door Salman Khan. Salman Khan is de man achter de http://www.khanacademy.org. In maart 2011 geeft hij een Ted presentatie waarin hij het principe achter de Khan academy uitlegt, het flipped classroom principe:
Sindsdien is het een populair begrip en wordt er veel over geschreven. (zie http://mast.unco.edu/programs/vodcasting/  en http://vodcasting.ning.com/ maar ook in Nederland   http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2011/06/drieluik-the-flipped-class-in.html )
Het basis idee van flipped classroom is dat de kennisoverdracht thuis gebeurt, dmv een kennisclip en dat vervolgens het huiswerk in de les wordt gemaakt waar de docent bij is. Hierdoor kan de contacttijd effectiever gebruikt worden door samen te werken en vragen waar de student thuis geen antwoord op kan krijgen meteen te behandelen. Natuurlijk is wat hij verteld niets nieuws, al in 2000 schreven Lage, Platt & Treglia een artikel genaamd Inverting the classroom. En ook toen was het eigenlijk niet nieuw, want het sluit aan sociaal constructivistische principes dat lerenden zelf hun kennis moeten construeren door actief en met elkaar aan de slag te gaan met de leerstof. Maar het effectiever inzetten van de contacttijd spreekt mij erg aan.

Zoals bij de meeste onderwijsvernieuwingen met ICT, is de kans aanwezig dat men zich vooral focust op de ICT component en niet op het gehele leerarrangement. Zie bijvoorbeeld het artikel van Audrey Watters dat Wilfred Rubens recenseert op zijn weblog. Met de opmerking: ‘Deze bronnen (Khan Academy, kennisclips) moet je hergebruiken binnen een didactisch rijk leerarrangement’ slaat Wilfred Rubens wat mij betreft precies de nagel op de kop. Het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen van betekenisvolle leerarrangementen. En contacttijd vrij maken door de kennisoverdracht te verplaatsen naar thuis, lijkt goede mogelijkheden te bieden voor nieuwe effectieve leerarrangementen.

Leerarrangementen met kennisclips
Hoe ziet een betekenisvol leerarrangement met kennisclips eruit?

Er zijn al een aantal ideeën en goede voorbeelden:
-        Jason Day experimenteert in zijn promotie onderzoek (een aanrader!) met 
    leerarrangementen met kennisclips. Hij laat de kennisclips bijvoorbeeld volgen door
    korte opdrachten over de leerstof in de kennisclips. In de les worden verschillende
    leeractiviteiten uitgevoerd, docentgeleide leergesprekken, groep activiteiten en
    individuele opdrachten.
-        Heino Logtenberg filosofeert op dit blog over de inzet van VLA’s
-        Jackie Gerstein beschrijft een flipped classroom model op het
    ‘
User Generated Education weblog:



De komende tijd gaan we binnen de HAN  op zoek naar mogelijke leerarrangementen met kennisclips. Omdat in een leerarrangement het doel en de lerende centraal staan, verwacht ik veel verschillende effectieve mogelijkheden te vinden.

Laagdrempelig
Een belangrijk doel van ons HAN videoproject is onderzoeken hoe we het effectief gebruik van video laagdrempelig kunnen maken. De pioniers redden zich met veel doorzettingsvermogen en enthousiasme. Maar ik wil graag dat alle docenten effectieve leerarrangementen met kennisclips kunnen ontwikkelen. Door inzicht te krijgen in mogelijke en onmogelijke leerarrangementen kunnen we docenten beter ondersteunen in de technische en didactische aspecten van kennisclips. En zo een stap maken naar het onderwijs van de toekomst.


Literatuur
-    Day, J. 2008, Investigating learning with weblectures, laatst bezocht 15 september2011 http://smartech.gatech.edu/xmlui/bitstream/handle/1853/22627/day_jason_a_200805_phd.pdf?sequence=1
-    Gerstein, J.  The flipped classroom, a full picture, laatst bezocht 15 september 2011 http://usergeneratededucation.wordpress.com/2011/06/13/the-flipped-classroom-model-a-full-picture/
-    Gommer, L.  & Bosker,M.,  2008, Video pilots UT
-    Lage, M., Platt, G. & Triglia, M., 2000, Inverting the Classroom: A Gateway to Creating an Inclusive Learing Environment, Journal of Economic Education, vol. 31, no.1, laatst bezocht 15 september 2011, http://www.jstor.org/stable/1183338
-    Logtenberg, H. Weblectures nee VLA, laatst bezocht op 15 september 2011  http://onderwijsinnovatie.blogspot.com/2011/06/weblectures-nee-vla.html
-    Rubens, W.  Drieluik the flipped class, laatst bezocht op 15 september 2011 http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2011/06/drieluik-the-flipped-class-in.html
-    Rubens, W. De Khan Academy als alternatief is verarming van didactiek, laatst bezocht 15 september 2011, http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2011/07/de-khan-academy-als-alternatief-onderwijssysteem-is-verarming-van-didactiek-in.html

vrijdag 16 september 2011

Het trek het maar over de vakantie heen virus?


Karin Winters

In eerste instantie had ik een post willen schrijven vol vette reclame voor ons bedrijf of het even lekker afzeiken van een irritante vorige gastblogger…maar dit onderwerp is actueler.

Zo rond half juni begint het “we trekken het even over de vakantie heen” virus en dat stopt half september. Dan is onderwijzend Nederland weer actief. Nadat de wachtwoorden en gebruikersnamen gereset zijn. Er postbussen vol foutmeldingen (volle bak) of nog erger Out of Office replies geruimd zijn…gaan we er weer voor.

Dat betekent dat 3 maanden de boel op een laag pitje staat, dat is 25% van een jaar. Daar zou een gewoon bedrijf mee op z’n reet gaan. De salarissen gaan namelijk gewoon door, stroom water en alle andere vaste lasten van schoollocaties ook.

Bij sommige ROC’s gaat gewoon de deur dicht, waardoor ook de hele ondersteuningsorganisatie gedwongen is op vakantie te gaan. Intakes, inschrijving, intredetoetsingen en ga zo maar door moeten vlak voor en direct na de vakantie georganiseerd worden. De werkdruk van de administratieve ondersteuning is daarmee onvoorstelbaar groot.

Dan heb ik het alleen over de zomervakantie.

Als onderwijs nou eens flexibeler zou worden…en dus niet tussen 9 en 4 in 40 weken per jaar zou plaatsvinden? Is er iemand die daar eens een rekensom van zou kunnen maken, wat daarvan de opbrengsten zijn?

Als onderwijzend Nederland nou eens op de schop ging en de 4 muren van een school tussen 9 en 4 niet heilig zouden zijn, maar er bijvoorbeeld goed gemeten afstandsleren in gedegen omgevingen zou plaatsvinden. Wanneer informeel leren ook eens zou mogen. Wanneer er veel meer (zeker in BBL onderwijs in het MBO) middag avond lessen zouden zijn.

Waarom is de zondag voor de Albert Heijn en de Hema niet en voor onderwijs (de toekomstige werkplek) wel heilig?

Waarom hebben BOL leerlingen in het MBO vrij in schoolvakanties als ze stage lopen? Lekkere voorbereiding op het werkelijke grote mensen bestaan.

De leerlingen willen wel flexibiliseren…zeker na zo’n vreselijk slechte zomer…maar ja…CAO, Onderwijsinspectie, geldgebrek, personeelstekorten.

Gelukkig is het half September…trekken we het probleem maar even over de Herfstvakantie heen…

Tip: in LinkedIn is een groep daar ook druk over bezig, als je toch niks te doen hebt.

Karin Winters